De Koninginnepage

De koninginnepageMax heeft vorig jaar 3 koninginnepagerupsen van de venkel gevangen en in een pot gedaan. De rupsen hebben zich getransformeerd tot een pop en gisteren is de tweede uitgevlogen.

De Koninginnepage plant zich voornamelijk voort in droge of vochtige graslanden met schermbloemigen in heuvelrijke landschappen, maar ook moestuinen met wortelen worden gebruikt voor de eiafzet. Aangezien hij een vrij goede vlieger is, kan de soort zowat overal waargenomen worden. De vlinder vliegt in twee generaties per jaar: de eerste vliegt van eind april tot eind juni (met een piek tussen 10 en 31 mei) en de tweede van eind juni tot eind augustus (met een piek tussen 20 juli en 10 augustus).
De wijfjes zetten de eitjes afzonderlijk af op ontluikende bladeren van verschillende schermbloemigen als gecultiveerde en wilde Peen, Gewone engelwortel, Gewone pastinaak, Venkel, Melkeppe en Kleine bevernel. Jonge waardplanten die boven de vegetatie uitsteken of in de rand van een biotoop op een beschutte plek staan, genieten de voorkeur. De waardplanten moeten in ieder geval makkelijk toegankelijk zijn voor de eiafzet. De wijfjes van de eerste generatie zetten eitjes af op de bovenkant van frisgroene bladeren, in de tweede generatie worden eveneens eitjes afgezet in de bloemschermen van schermbloemigen. Pas uitgeslopen rupsen lijken op vogeluitwerpselen en eten van de bovenkant van de bladeren. Vanaf het vierde rupsenstadium krijgt de rups haar typische kleuren (groen met zwarte banden en oranje stippen) en voedt zich dan aan de top van de waardplant met de bloemen. Als de rupsen verstoord worden, tonen ze een oranje klier (osmeterium), die zowel met de oranje kleur als met de geur, eventuele predatoren probeert af te schrikken. Als parasitoïd is de sluipwesp Trogus lapidator bekend. Vlak voor de verpopping verlaat de rups de waardplant om laag op een vaak houtige stam te verpoppen, binnen een straal van 10 m van de waardplant. Bij de poppen bestaan er twee kleurvormen: bruine en groene. De overlevingskansen van de poppen hangen af van hun omgeving: aangezien groene poppen minder opvallen in een groene omgeving, is hun kans op overleving daar groter, terwijl bruine poppen een grotere overlevingskans hebben in een bruine omgeving. De mannetjes komen meestal uit vóór de wijfjes en kunnen zoekend (patrolling) gezien worden rond opvallende elementen in het landschap (grote struik, heuveltop). Een typisch gedrag van de Koninginnepage is hill-topping (heuveltoppen), waarbij mannetjes het hoogste punt in de omgeving opzoeken om daar wijfjes te ontmoeten voor de paring. Op zonnige dagen kunnen op een dergelijk hoog punt tientallen vlinders gezien worden die naar de top van de heuvel vliegen.

Dit bericht werd geplaatst in Beestenboel. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s